Call opties en put opties

Call opties en put opties staan met elkaar in verband. Het heeft daarom weinig zin om alleen een van beide begrippen uitleggen. Daarom geven we hier een beschrijving van beide begrippen.

Zowel een call optie als een put optie hebben beide betrekking op 100 aandelen. Deze aandelen worden gedurende een bepaalde periode gekocht of verkocht. De verkoper en koper bepalen hiervoor een van te voren afgesproken prijs.

Koop van een call optie

Als u een call optie koopt, houdt dat in dat u tegen deze van te voren afgesproken prijs 100 aandelen koopt. U betaalt hiervoor een bepaalde premie. Deze premie betaalt u aan een verkoper. Deze persoon, die we ook wel schrijver noemen, heeft de aandelen doorgaans in zijn bezit. Standaard is dit ook een vereiste van de bank.

Koop van een put optie

Bij een put optie is juist het tegenovergestelde het geval. Het gaat hierbij namelijk niet om het kopen van aandelen, maar juist om het verkopen van de aandelen. Ook hier gaat het weer om 100 aandelen die verkocht worden gedurende een bepaalde periode. Degene aan wie u de aandelen verkoopt betaalt hiervoor een bepaalde premie. Bij een put optie bent u zelf de verkoper, dus de schrijver. Ontvangt derhalve ook de premie die de koper betaalt. Denk er goed om dat als u een put optie verkoopt de bank meestal eist dat u een bepaald bedrag, als borg, op uw rekening heeft staan.

Turbo's en speeders

Bij deze opties zien we eigenlijk hetzelfde principe terug als bij turbo's en speeders. U koopt een call optie als u verwacht dat de onderliggende waarde van het aandeel gaat stijgen. En u neemt een put optie als u vermoedt dat deze onderliggende waarde van de aandelen juist gaat dalen. Ook bij deze opties zien we het hefboomeffect terug. Als u bijvoorbeeld van call optie koopt is het bedrag wat u betaalt lager dan de onderliggende waarde van het aandeel. Dit houdt dus in dat het winstpotentieel maar ook het verliespotentieel erg groot is. Dit houdt dus tevens in dat het handelen in opties risico’s met zich meebrengt en dat het weggelegd is voor de meer ervaren, speculatieve belegger.

Voorbeeld: u koopt 100 aandelen die op dat moment een onderliggende waarde van zes euro hebben. U koopt deze aandelen gedurende een bepaalde periode en dus heeft deze periode een einddatum, laten we zeggen 15 april. Voor het recht deze aandelen te kopen gedurende deze periode betaalt u twee euro per aandeel, dus in totaal 200 euro. Op 15 april is de onderliggende waarde van dit aandeel gestegen naar acht euro. U heeft dus een winst behaald van 100 x 2 = 200 euro. Uw rendement is dus de behaalde winst gedeeld door de onderliggende waarde van de aandelen. In dit geval is dat dus 200 : 800 = 0,25 x 100% = 25%.

Call opties en put opties

Call opties en put opties staan met elkaar in verband. Het heeft daarom weinig zin om alleen een van beide begrippen uitleggen. Daarom geven we hier een beschrijving van beide begrippen.

Zowel een call optie als een put optie hebben beide betrekking op 100 aandelen. Deze aandelen worden gedurende een bepaalde periode gekocht of verkocht. De verkoper en koper bepalen hiervoor een van te voren afgesproken prijs.

Koop van een call optie

Als u een call optie koopt, houdt dat in dat u tegen deze van te voren afgesproken prijs 100 aandelen koopt. U betaalt hiervoor een bepaalde premie. Deze premie betaalt u aan een verkoper. Deze persoon, die we ook wel schrijver noemen, heeft de aandelen doorgaans in zijn bezit. Standaard is dit ook een vereiste van de bank.

Koop van een put optie

Bij een put optie is juist het tegenovergestelde het geval. Het gaat hierbij namelijk niet om het kopen van aandelen, maar juist om het verkopen van de aandelen. Ook hier gaat het weer om 100 aandelen die verkocht worden gedurende een bepaalde periode. Degene aan wie u de aandelen verkoopt betaalt hiervoor een bepaalde premie. Bij een put optie bent u zelf de verkoper, dus de schrijver. Ontvangt derhalve ook de premie die de koper betaalt. Denk er goed om dat als u een put optie verkoopt de bank meestal eist dat u een bepaald bedrag, als borg, op uw rekening heeft staan.

Turbo's en speeders

Bij deze opties zien we eigenlijk hetzelfde principe terug als bij turbo's en speeders. U koopt een call optie als u verwacht dat de onderliggende waarde van het aandeel gaat stijgen. En u neemt een put optie als u vermoedt dat deze onderliggende waarde van de aandelen juist gaat dalen. Ook bij deze opties zien we het hefboomeffect terug. Als u bijvoorbeeld van call optie koopt is het bedrag wat u betaalt lager dan de onderliggende waarde van het aandeel. Dit houdt dus in dat het winstpotentieel maar ook het verliespotentieel erg groot is. Dit houdt dus tevens in dat het handelen in opties risico’s met zich meebrengt en dat het weggelegd is voor de meer ervaren, speculatieve belegger.

Voorbeeld: u koopt 100 aandelen die op dat moment een onderliggende waarde van zes euro hebben. U koopt deze aandelen gedurende een bepaalde periode en dus heeft deze periode een einddatum, laten we zeggen 15 april. Voor het recht deze aandelen te kopen gedurende deze periode betaalt u twee euro per aandeel, dus in totaal 200 euro. Op 15 april is de onderliggende waarde van dit aandeel gestegen naar acht euro. U heeft dus een winst behaald van 100 x 2 = 200 euro. Uw rendement is dus de behaalde winst gedeeld door de onderliggende waarde van de aandelen. In dit geval is dat dus 200 : 800 = 0,25 x 100% = 25%.


 

Terug naar overzicht

Realtime koersen AEX, AMX en AScX, koersen buitenland, beursnieuws, grafieken, analyse en opinie. Artikelen voor beginners en professionals. Beleggen begint bij nlbeurs.nl.

Lees alle artikelen

Voor al uw vragen
Stefan Nguyen info@nlbeurs.nl

Hier kan een banner, hierboven kan ook desnoods weg.